afristen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: afritsen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ris·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

afristen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afristen
ristte af
afgerist
zwak -t volledig
  1. van planten de blaadjes of vruchten met een wrijvende beweging verwijderen
    • De rode bessen moeten na het plukken met een vork worden afgerist 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

27 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.

Verwijzingen