afratelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ra·te·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

afratelen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afratelen
ratelde af
afgerateld
zwak -d volledig
  1. in een veel te hoog tempo een bepaalde tekst voorlezen of opzeggen
    • Jane heeft genoeg van haar eindredacteur die elke spontaniteit weert uit het programma en haar en haar gast van de dag stompzinnige voorgekauwde dialoogjes laat afratelen. [2] 
    • Hebt u even tijd voor een kleine test? Klaar? Vraag 1: kunt u een film noemen waarin er twee of meer mannen voorkomen met een naam? Vraag 2: voeren die mannen in de film een gesprek? Vraag 3: als ze met elkaar praten, gaat het dan over iets anders dan vrouwen? Wat een onnozele test, denkt u, en u hebt gelijk. De filmtitels verdringen zich, net zoals bij mij, in uw hoofd en u zou gerust een halfuur aan een stuk een rijtje kunnen afratelen. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 30 JANUARI 2015 John Vervoort Dame blance en haar stalker
  3. De Standaard 08 NOVEMBER 2013 Vicky Vanhoutte Doe de test