afranseling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ran·se·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afranseling afranselingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

afranseling v

  1. een pak slaag; een pak rammel; een aantal flinke klappen
    • De aanleiding van de afranseling is een mislukte drugsdeal. Daar zijn verdachten en slachtoffer het over eens.[1] 
    • Een 84-jarige vrouw die na een zware afranseling in verpleeghuis Grootenhoek in Hellevoetsluis ernstig gewond raakte, heeft volgens haar familie onvoldoende medische zorg gekregen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg en de politie doen inmiddels onderzoek naar de zaak.[2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Telegraaf ILAN SLUIS 12 dec. 2017 Purmer gruwelmishandeling ’misverstand’
  2. de Telegraaf GERDA FRANKENHUIS 29 jun. 2017 Onderzoek naar mishandeling in verpleeghuis