afplatten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·plat·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afplatten
platte af
afgeplat
zwak -t volledig

Werkwoord

afplatten

  1. overgankelijk een ronde vorm gedeeltelijk vlak maken
    • De aarde is als iedere planeet door de rotatie van de planeet aan de polen enigszins afgeplat. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afplatten

afplatten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van afplatten
    • ...dat wij afplatten. 
    • ...dat jullie afplatten. 
    • ...dat zij afplatten. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.