afpersing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·per·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afpersing afpersingen
verkleinwoord afpersinkje afpersinkjes

Zelfstandig naamwoord

afpersing v

  1. mensen onder voor de buitenwereld onzichtbare bedreiging zaken tegen hun wil laten doen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl