aflevering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·le·ve·ring
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord aflevering afleveringen
verkleinwoord afleverinkje afleverinkjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord aflevering -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aflevering v

  1. elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
    • Ik heb die aflevering al drie keer gezien! 
  2. het afleveren van iets
    • De aflevering van deze goederen zal door het noodweer wat vertraagd worden. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie