aflevering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·le·ve·ring
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord aflevering afleveringen
verkleinwoord afleverinkje afleverinkjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord aflevering -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aflevering v

  1. elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
    • Ik heb die aflevering al drie keer gezien! 
     Het beeld dat u schetst hoort echter meer thuis in een aflevering van The Sopranos.[1]
     Van Veen, die al in de eerste aflevering in 1990 te zien was, hoorde vorig jaar dat ze uit de serie werd geschreven. In december werd de laatste aflevering uitgezonden waarin ze nog te zien was.[2]
  2. het afleveren van iets
    • De aflevering van deze goederen zal door het noodweer wat vertraagd worden. 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 26 juni 2022 Weblink bron “'Weggestuurde' Babette van Veen keert alweer terug in GTST” (26 juni 2022), NU.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be