aflaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·laat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aflaat aflaten
verkleinwoord aflaatje aflaatjes

Zelfstandig naamwoord

aflaat m

  1. (religie) een kwijtschelding van tijdelijke straffen die men zou moeten ondergaan na het sterven, binnen de rooms-katholieke traditie
    In de middeleeuwen kochten veel mensen aflaten tegen woekerprijzen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
aflaten

aflaat

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aflaten
    ... dat ik aflaat.
  2. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aflaten
    ... dat jij aflaat.
  3. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aflaten
    ... dat hij aflaat.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl