afkoken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ko·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afkoken
kookte af
afgekookt
zwak -t volledig

Werkwoord

afkoken

  1. koken tot iets geheel gaar is
    • De vruchten [van de katjang], uitgezonderd die van de katjang djepoen eet men afgekookt. [1]
  2. bijzonder vaak koken
    • Op dat fornuis is heel wat afgekookt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. blz. 80. Aardrijkskundig en statistisch woordenboek van Nederlandsch Indie bewerkt naar de jongste en beste berigten: bewerkt naar de jongste en beste berigten By H. van Alphen Published by P.N. van Kampen, 1869
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be