afkijker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·kij·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afkijker afkijkers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

afkijker m [1]

  1. iemand die tijdens een schriftelijk proefwerk of examen kijkt wat een andere kandidaat voor antwoorden heeft gegeven
    • Afkijkers en examendieven in Turkije moeten op hun tellen gaan passen. Volgens een nieuw wetsvoorstel kunnen ze in de toekomst 1 tot 4 jaar celstraf krijgen. Dat meldden Turkse media zaterdag. [2] 
  2. iemand die spioneert
    • Inbrekers (hackers) kunnen gebruik maken van niet-beschermde toegangen tot het netwerk of de server, configuratie-fouten en gebrekkige software. Lukt het niet, dan kunnen ze nog steeds de toegang blokkeren of de website overrompelen, zoals begin dit jaar gebeurde met grote Amerikaanse websites. Daarnaast heb je afluisteraars en afkijkers [3] 
  3. iemand die het intellectueel eigendomsrecht van iemand schendt
    • Opeens zijn ze overal verkrijgbaar: Snacky Taco, Taco!, IJs Taco, El Taco. Al dat ijs is namaak, vindt Unilever (moeder van Ola). Het origineel heet Winner Taco. Zowel in Nederland als in Duitsland daagt de Unilever de `afkijkers' voor de rechter. [4] 
Synoniemen
Hyperoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen