afhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afhalen
haalde af
afgehaald
zwak -d volledig

Werkwoord

afhalen

  1. (overgankelijk) goederen die klaargelegd zijn in bezit komen nemen
    Je kunt daar nasi of bami afhalen.
Vertalingen