afgezegd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·zegd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
afzeggen

afgezegd

  1. voltooid deelwoord van afzeggen

Gangbaarheid