afgestompt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·stompt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afgestompt afgestompter afgestomptst
verbogen afgestompte afgestomptere afgestomptste
partitief afgestompts afgestompters -

Bijvoeglijk naamwoord

afgestompt

  1. (figuurlijk) niet erg ontvankelijk voor wat dan ook
    • Wat een afgestompt stelletje is dat hier! 
  2. afgerond
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
afstompen

afgestompt

  1. voltooid deelwoord van afstompen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.