afgesloten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·slo·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
afsluiten

afgesloten

  1. voltooid deelwoord van afsluiten

Gangbaarheid