afgerekend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·re·kend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
afrekenen

afgerekend

  1. voltooid deelwoord van afrekenen

Gangbaarheid