afgepast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·past
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: afpassen…
verbogen vorm: afgepaste

afgepast

  1. voltooid deelwoord van afpassen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.