afgelopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen afgelopen
verbogen
partitief afgelopens

Bijvoeglijk naamwoord

afgelopen

  1. beëindigd
    • Afgelopen kun je alleen gebruiken tegen het einde van de desbetreffende periode. 
     'Vroeger had ik een mannetje in dienst om het verkeer op de parkeerplaats te regelen. Moet je nu zien!', zucht patron Thierry Gleize (49). 'Moeilijk, moeilijk... binnen tien jaar is het hier afgelopen.'[1]
Uitdrukkingen en gezegden
  • de afgelopen maanden/dagen/weken/jaren/uren
de maanden/dagen/weken/jaren/uren die net voorbij zijn gegaan
• `Ik zal morgen opruimen. Die dozen daar ook. En de koffers. Ik heb gewoon geen tijd gehad om ze uit te pakken de afgelopen weken.' [2] 
•  De Woutertje Pieterse Prijs voor het beste jeugdboek van het afgelopen jaar heeft doorgaans twee winnaars: het is uitdrukkelijk een bekroning voor de samenwerking tussen schrijver én illustrator. [3] 
•  Pakistan International Airlines’ (PIA) vlucht PK702 was afgelopen vrijdag om 21.20 uur klaar voor vertrek naar Islamabad. [4] 

Werkwoord

vervoeging van: aflopen
verbogen vorm: afgelopene

afgelopen

  1. voltooid deelwoord van aflopen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  2. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 285
  3. de Volkskrant Pjotr van Lenteren11 april 2019 Jeugdboek Alles komt goed, altijd van Kathleen Vereecken en Charlotte Peys wint Woutertje Pieterse Prijs
  4. Tubantia Florian van Impe 10-06-19 Vrouw opent per ongeluk nooduitgang in plaats van toilet, vlucht 7 uur vertraagd