afgeleefd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·leefd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afgeleefd afgeleefder afgeleefdst
verbogen afgeleefde afgeleefdere afgeleefdste
partitief afgeleefds afgeleefders -

Bijvoeglijk naamwoord

afgeleefd

  1. oud en versleten
    • Het afgeleefde huis kon maar moeilijk verkocht worden. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afleven

afgeleefd

  1. voltooid deelwoord van afleven

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.