affricaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·fri·caat
Woordherkomst en -opbouw

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

enkelvoud meervoud
naamwoord affricaat affricaten
verkleinwoord affricaatje affricaatjes

Zelfstandig naamwoord

affricaat

  1. (taalkunde) een combinatie van twee medeklinkers, waarvan de eerste een plosief is en de tweede een homorgane wrijfklank
    De meest voorkomende affricaten zijn /pf/, /ts/, /kch/ en /dz/.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie