afford

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to afford
he/she/it affords
verleden tijd afforded
voltooid
deelwoord
afforded
onvoltooid
deelwoord
affording
gebiedende wijs afford

Werkwoord

afford

  1. zich veroorloven
    «We can only afford to buy a small car at the moment.»
    We kunnen ons op het moment slechts veroorloven om een klein autootje te kopen.
  2. leveren
    «The sea affords an abundant supply of fish.»
    De zee levert een overvloedige voorraad vis.