Naar inhoud springen

afdwalen

Uit WikiWoordenboek
  • af·dwa·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afdwalen
dwaalde af
afgedwaald
zwak -d volledig

afdwalen

  1. het juiste pad kwijt raken
     Ik bleef moeiteloos bij een onderwerp zonder dat mijn gedachten afdwaalden.[1]
     Mijn aandacht dwaalde langzaam af naar mijn rug en benen, die ook aardig moesten wennen aan de nieuwe omstandigheden.[1]
    • Zijn gedachten dwaalden af onder het monotone betoog van de gastspreker. 
     ' Mijn gedachten dwalen af naar de tuchtzaak.[2]
     En terwijl de man zijn monoloog vervolgt, dwalen mijn gedachten af naar Lot, en naar onze jarenlange vriendschap.[2]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. 1 2
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be