afdruksel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·druk·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afdruksel afdruksels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

afdruksel o

  1. iets wat ontstaan is door het drukken van een voorwerp in of op een ander voorwerp
    • Die wet van God, het juiste afdruksel van Zijn heilige wil, is ook geestelijk. Zij strekt zich niet alleen uit tot het uitwendige, maar zij is ook geestelijk. De mens is verplicht tot inwendige gehoorzaamheid. [1] 
    • Toen Claes Oldenburg in de jaren zestig zijn slappe sculpturen maakte – en daar doet The Membrane onvermijdelijk aan denken was dit een radicaal en ondermijnend statement tegen alles waar beeldhouwkunst tot op dat moment voor stond: stabiliteit, duurzaamheid, monumentaliteit, plasticiteit, etc. Hetzelfde, nog sterker en subversiever, gold voor de zachte afdruksels in was van Bruce Nauman uit dezelfde periode. [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 16-10-2003 Gods wetten
  2. NRC Janneke Wesseling 1 mei 2000 Staketsels zonder inhoud