afdruiprek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·druip·rek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afdruiprek afdruiprekken
verkleinwoord afdruiprekje afdruiprekjes

Zelfstandig naamwoord

afdruiprek o

  1. een open raamwerk waarin pasgewassen vaatwerk gezet wordt om het aanhangende vocht af te laten vloeien
    • Haal de borden even uit het afdruiprek, ze zijn nu wel droog. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie