afbrudt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • af·brudt
Woordherkomst en -opbouw
  • Deense werkwoordsvorm met het voorvoegsel af-
Naar frequentie 4229

Werkwoord

afbrudt

  1. voltooid deelwoord van afbryde