afblazen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·bla·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afblazen
blies af
afgeblazen
klasse 7 volledig

Werkwoord

afblazen

  1. overgankelijk het teken geven dat iets niet doorgaat
    • De eerder voorgestelde fusie van de vakken Latijn en Grieks is afgeblazen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.