afbeeldinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·beel·din·kje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

afbeeldinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord afbeelding