Naar inhoud springen

afatisch

Uit WikiWoordenboek
  • afa·tisch
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen afatischafatischer
verbogen afatischeafatischere
partitief afatischafatischers-

afatisch

  1. lijdend aan afasie
    • Ze spelt niet goed en is afatisch. 
  2. betrekking hebbend op afasie
    • Zij lijdt aan een afatische stoornis. 
41 %van de Nederlanders;
41 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be