aeronaut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ae·ro·naut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aeronaut aeronauten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aeronaut m

  1. (luchtvaart) bestuurder van een luchtvaartuig, vliegenier

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen