aenleiden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
aenleiden leyden ane aengeleit
  volledig  

Werkwoord

aenleiden

  1. overgankelijk geleiden, brengen, voeren
    • Dien die vermaledide honden mit banden ongenadelic bonden, ende leyden eerst tot Annas an. 
  2. overgankelijk aanvoeren (in de strijd)
    • Die Ludikers dreyghden hem doot te slaen, om dat hise niet geringe aenleyden en wilde.[1] 

Verwijzingen

  1. Middelnederlandsch woordenboek van Eelco Verwijs, Jacob Verdam Deel 1, 1885 M. Nijhoff