advocaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·vo·caat
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘rechtsgeleerde’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • Van Latijn ad (naar) + vocare (roepen), dus iemand die erbij geroepen wordt. [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord advocaat advocaten
verkleinwoord advocaatje advocaatjes

Zelfstandig naamwoord

advocaat m

  1. (juridisch), (beroep) pleiter, verdediger in rechtszaken
     ‘Waarom gooien ze er dan geen bataljon advocaten tegenaan? Ze zijn toch zo machtig? ’[3]
  2. (drinken) alcoholische dikvloeibare drank van eieren, eierlikeur
Synoniemen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen