adviseur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·vi·seur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord adviseur adviseurs
verkleinwoord adviseurtje adviseurtjes

Zelfstandig naamwoord

adviseur m, ~s

  1. (beroep) deskundige die adviseert, een mentor, raadgever, raadsman
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl