adviserende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·vi·se·ren·de

Bijvoeglijk naamwoord

adviserende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van adviserend

Werkwoord

vervoeging van
adviseren

adviserende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van adviseren