adopteerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adop·teer·de

Werkwoord

vervoeging van
adopteren

adopteerde

  1. enkelvoud verleden tijd van adopteren
    • Ik adopteerde. 
    • Jij adopteerde. 
    • Hij, zij, het adopteerde.