admittere

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /adˈmɪtːɛˌrɛ/
Woordafbreking
  • ad·mit·te·re
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
ădmĭttĕre ădmĭtto ădmīsi ădmĭssum
derde vervoeging volledig

Werkwoord

ǎdmĭttĕre

  1. toestaan, toelaten
  2. binnenlaten
  3. zich schuldig maken (aan), (een fout) begaan