admiratie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·mi·ra·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord admiratie admiraties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

admiratie [2]

  1. bewondering
    • “Ik kijk vanaf nu alleen nog maar het nieuws …. @noskort @nosop3” schrijft Fred bij een filmpje waarop hij de nieuwslezer filmt op Instagram. In de video roept Fred smachtend: “Whooo! Rob van Dijk, mijn god wat ben je knap!” Of de admiratie wederzijds is, is niet bekend. Vooralsnog heeft de nieuwslezer in ieder geval nog niets laten horen. [3] 
    • Toch zal menig autofabrikant ook met enige admiratie naar de Lada kijken. Sinds zijn introductie 40 jaar geleden zijn er naar schatting 20 miljoen van verkocht, verkoopcijfers waar de Opel Kadett van kan dromen. Na de T-Ford en de Volkswagen Kever is de Lada de best verkochte wagen ooit, wereldwijd. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.


Verwijzingen