adipositas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

silhoetten normaal, overgewicht, adipositas
Uitspraak
Woordafbreking
  • adi·po·si·tas
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn adeps
enkelvoud meervoud
naamwoord adipositas
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

adipositas v

  1. van een persoon dat hij te veel vet heeft
    • Sinds enkele maanden draait een adipositas-poli, waar mensen met een fors overgewicht een maagband kunnen laten plaatsen. [1] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen


Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC 24 april 2003