Naar inhoud springen

aderen

Uit WikiWoordenboek
  • ade·ren
  • afgeleid van ader met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aderen
aderde
geaderd
zwak -d volledig

aderen [1] [2] [3]

  1. van aders voorzien

deaderenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ader
     Als je herhaaldelijk het gevoel krijgt dat je niet thuishoort in een land, ondanks eerdere bewijzen van het tegendeel, stolt het bloed je in de aderen als je een brief ontvangt waarin staat dat je identiteitspapieren moet meenemen.[4]
     Het bloed in mijn aderen is ontdaan van warmte en wordt tegen de zin van mijn geest rondgepompt.[5]
     En zo kissebisten we een tijdje door, onze kaken verkrampt van het glimlachen terwijl de aderen in onze nek klopten door alle verwijten die we elkaar nadrukkelijk niet maakten.[6]
97 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[7]