aderden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ader·den

Werkwoord

vervoeging van
aderen

aderden

  1. meervoud verleden tijd van aderen
    • Wij aderden. 
    • Jullie aderden. 
    • Zij aderden.