adderengebroed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·de·ren·ge·broed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord adderengebroed -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

adderengebroed o

  1. (pejoratief) boosaardige mensen, die door nijd en laster het geluk van anderen vergiftigen
Synoniemen
  1. addergebroed

Gangbaarheid

Verwijzingen