adamsappel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adams·ap·pel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord adamsappel adamsappels
verkleinwoord adamsappeltje adamsappeltjes

Zelfstandig naamwoord

adamsappel m

  1. (anatomie) vooruitstekende gedeelte van het strottenhoofd bij de man
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen