actuaris

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·tu·a·ris
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord actuaris actuarissen
verkleinwoord actuarisje actuarisjes

Zelfstandig naamwoord

actuaris m

  1. (beroep) iemand die zich bezighoudt met het doorrekenen en evalueren van risico's
    • De actuaris heeft een sterke wiskundige en economische vorming en heeft een diploma in de actuariële wetenschappen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders
75 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl