activiteiten
Uiterlijk
- ac·ti·vi·tei·ten
de activiteiten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord activiteit
- ▸ De activiteiten die het hotel kosteloos aanbood waren legio.[1]
- ▸ Over de sportieve activiteiten van middeleeuwse ridders zijn we het beste ingelicht.[2]
- ▸ Dat de kerk zich vooral om de ziel bekommerde, betekende geen principiële afwijzing van lichaamsactiviteit, eerder poogde de clerus die activiteiten in goede banen te leiden, zodat ze bijdroegen aan het zielenheil.[2]
- Het woord activiteiten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A.W. Bruna Uitgevers
, ISBN 90-229-9182-2 - 1 2 Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275