acteurs
Uiterlijk
- ac·teurs
de acteurs mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord acteur
- ▸ Er waren momenten dat acteren slechts aan acteurs voorbehouden was.[1]
- ▸ Julie Christie liep langs me heen, haar gezicht te mooi om waar te zijn. Het museum was stampvol. Haar herkende ik, maar wie waren al die andere mensen? Acteurs, recensenten, hoge heren en bankiers, met gouden knopen niet gesmeed uit veldslagen, maar afgietsels van macht. Ze dronken wijn alsof die uit hun eigen kelders kwam. Jagger was er niet, tot Pamela's grote teleurstelling.[2]
- Het woord acteurs staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704
- IPA: /aktœʁ/
acteurs m
- meervoud van het zelfstandig naamwoord acteur
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 7
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Frans