acquisiteur
Uiterlijk
- Geluid: acquisiteur (hulp, bestand)
- IPA: / ɑkwiziˈtør / (4 lettergrepen)
- ac·qui·si·teur
- In de betekenis van ‘werver van advertenties e.d.’ voor het eerst aangetroffen in 1908 [1]
- pseudo-Frans
- Naamwoord van handeling van acquireren met het achtervoegsel -eur [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | acquisiteur | acquisiteurs |
| verkleinwoord | acquisiteurtje | acquisiteurtjes |
- mannelijke vorm van acquisitrice
- Het woord acquisiteur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ "acquisiteur" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ acquisiteur op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -eur in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal