acquiesce

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to acquiesce
he/she/it acquiesces
verleden tijd acquiesced
voltooid
deelwoord
acquiesced
onvoltooid
deelwoord
acquiescing
gebiedende wijs acquiesce
Uitspraak

Werkwoord

acquiesce

  1. zich ergens — al dan niet met tegenzin — bij neerleggen, iets laten rusten
Afgeleide begrippen


Frans

Werkwoord

vervoeging van
acquiescer

acquiesce

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van acquiescer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van acquiescer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van acquiescer