acoliet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Acoliet in Barcelona. Achter, kardinaal Lluís Martínez Sistach.
Uitspraak
Woordafbreking
  • aco·liet
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn met het achtervoegsel -liet [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord acoliet acolieten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

acoliet m

  1. (religie) in de Rooms-katholieke Kerk een misdienaar die ouder is dan 16 jaar
    • Een salesiaan van wie bekend was dat hij leerlingen van een jongensinternaat misbruikt had, is in juli 2007 door toenmalig aartsbisschop Simonis aangesteld als acoliet. [2] 
  2. aanhanger
    • Dat is niet de eerste Argentijnse film die indruk maakt met zijn scherpe analyse van de recente geschiedenis van het land. Twee jaar geleden liet Juan José Campanella in zijn film El secreto de sus ojos (‘Het geheim in hun ogen’) zien hoe straffeloos de acolieten van de militaire junta indertijd hun misdaden konden begaan – al schenkt hij de kijker aan het slot wel de genade van de poëtische gerechtigheid. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. acoliet op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Joep Dohmen 15 april 2010
  3. NRC Ger Groot 27 oktober 2011