achterwacht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·wacht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterwacht achterwachten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

achterwacht v/m [2]

  1. (medisch) iemand die de telefoon aanneemt voor de dienstdoende huisarts, sinds de opkomst van de huisartsenposten eigenlijk verouderd
  2. iemand waarop je terug kunt vallen als je er zelf niet meer uitkomt
    • Het lukte die zondag niet om zijn achterwacht aan de telefoon te krijgen, zegt Muller. „Ik heb geprobeerd hem telefonisch te pakken te krijgen, meerdere keren. En daarna nog de dienstdoend vaatchirurg in het UMC Groningen, maar die stond zelf te opereren. Op een gegeven moment moet je de knoop doorhakken. Het was een spoedgeval.”[3] 
  3. (militair) de achterste achterhoede, iemand die rugdekking geeft
    • Ik hou van de traditionele rolverdeling: de man als kostwinner en de vrouw als huishoudelijke en ouderlijke achterwacht.[4] 
    • Volgens Pardoen is het het beste om direct actie te ondernemen als je signaleert dat er beelden circuleren die ongewenst zijn. ”Geef het zo snel mogelijk door aan meldknop.nl, zij hebben als enige organisatie voorrang bij bedrijven als Twitter en Facebook. In ieder geval wordt hun mail wel gelezen. Als de beelden seksueel zijn meld het dan aan helpwanted.nl, dat valt onder het meldpunt kinderporno, daar zit de achterwacht. Verder moet je het natuurlijk proberen te voorkomen. Of zoals Freek ermee leren leven."[5] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen