achteruitlopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·uit·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achteruitlopen
liep achteruit
achteruitgelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

achteruitlopen

  1. van minder belang worden, naar achteren lopen zonder omdraaien, verslechteren
    • De winkelstraat van de middelgrote stad liep snel achteruit door het internetwinkelen. 

Gangbaarheid