Naar inhoud springen

achtertuin

Uit WikiWoordenboek
  • ach·ter·tuin
enkelvoud meervoud
naamwoord achtertuin achtertuinen
verkleinwoord achtertuintje achtertuintjes

deachtertuinm

  1. een tuin aan de achterzijde van een huis
    • Ze zaten gezellig in hun achtertuintje. 
     Ze vertelde me uitgebreid dat ze zo van het hiker season hield, wanneer er talloze mensen (‘…met die heerlijke zweetgeur’) in haar achtertuin verbleven.[2]
     De achtertuin was zoals ze in oude kinderboeken werden beschreven: een beetje rommelig, met verwilderde struiken, knoestige pruimenbomen, kapotte bloempotten met munt erin, wilde viooltjes die het uitstekend deden.[3]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. achtertuin op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be