Naar inhoud springen

achterstevoren

Uit WikiWoordenboek
  • ach·ter·ste·vo·ren

achterstevoren

  1. omgedraaid, met de achterkant waar de voorkant hoort te zijn
    • Je hebt je hemd achterstevoren aan. 
    • Hij zat achterstevoren op de stoel, dus met zijn buik tegen de rugleuning. 
     Maar op een dag gaat het mis. Als hij aankomt ziet hij dat de bibliothecaresse met een man in een wijd zittend, ouderwets trainingspak staat te praten die met verheven stem een verhaal afsteekt. Zijn pet draagt hij achterstevoren.[1]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be