achterstevoren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·ste·vo·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het achterste voren

Bijwoord

achterstevoren

  1. omgedraaid, met de achterkant waar de voorkant hoort te zijn
    Je hebt je hemd achterstevoren aan.
    Hij zat achterstevoren op de stoel, dus met zijn buik tegen de rugleuning.
Vertalingen