achteropkomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·op·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achteropkomen
kwam achterop
achteropgekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

achteropkomen

  1. inhalen van een eerder opgelopen achterstand, inhalen zonder passeren
    • Nadat hij het huis had afgesloten kwam hij de andere reizigers achterop 

Gangbaarheid